1.Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader vansociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeengeaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening.
2.Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkhedenen capaciteiten van die persoon.
Hoofdstuk 4
Artikel 19
Sociale activering
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet en IOAW/IOAZ Capelle aan den IJssel 2015