Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Beëindigingsgronden

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet en IOAW/IOAZ Capelle aan den IJssel 2015

Het college kan een voorziening beëindigen als: a.de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet en de artikelen 13 en 37 van de IOAW en IOAZ niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbijgeen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij hetbetreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a onder 2, van de wet; d.naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snellearbeidsinschakeling; e.de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruikmaakt van de voorziening; f.de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van deaangeboden voorziening; g.de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in dezeverordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel