Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.5

Veiligheid

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdzorg Gemeente Losser

Veiligheid van een jeugdige gaat voor alles. De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is geïntegreerd in de lokale structuur en het CJG. Het CJG is voor alle kleine en grote vragen beschikbaar dus ook voor consultatie en ondersteuning bij het bespreekbaar maken van zorgen met ouders/jongeren. Het CJG beoordeelt de mate van ernst van de gemelde zorg en kan waar nodig hulp of ondersteuning organiseren. We verwachten daarbij van professionals en partners in het werkveld dat zij signalen en zorgen bespreekbaar maken met ouders en jeugdigen. En dat ze (waar mogelijk) de ouders en jeugdigen motiveren hun gedrag te veranderen zodat kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien. 2.5.1. Veilig thuis Twente (VTT) Op 1 januari 2015 is er in Twente een op regionale schaal functionerend advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling operationeel. In dit onder de naam Veilig Thuis Twente functionerende geheel gaan het huidige Steunpunt Huiselijk Geweld en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling verder als één organisatie, Dit advies- en meldpunt is ingesteld voor informatie en advies over (vermoedens) van kindermishandeling en geweld, voor alle leeftijden. Iedereen kan voor informatie, voor hulp en advies terecht bij Veilig Thuis Twente. Dit geldt niet alleen voor slachtoffers, maar ook voor plegers, kinderen, familie, buren en andere omstanders die hulp zoeken. Veilig Thuis Twente is 24 uur per dag bereikbaar voor een snelle eerste inschatting van de veiligheid van een kind, voor advies en overleg en beschikbaar voor acute situaties en crisisinterventies. Bij een crisis schakelt VTT zo snel mogelijk door naar de lokale toegang, het CJG. Het CJG werkt nauw samen met het ‘advies- en meldpunt’ Veilig Thuis Twente en het Veiligheidshuis. 2.5.2 Veiligheidshuis In het Veiligheidshuis Twente werken partners uit de strafrecht- en zorgketen samen. Doel is het terugdringen van overlast, huiselijk geweld en criminaliteit. De partners signaleren problemen, bedenken oplossingen en voeren die samen uit. Werkprocessen worden op elkaar afgestemd, zodat strafrecht en zorg elkaar aanvullen. Ingezet wordt op gedragsverandering, recidivevermindering en verbetering van de kwaliteit van leven van de delinquent en eventueel zijn/haar directe omgeving (bijvoorbeeld familie). De aanpak is dadergericht, gebiedsgericht en probleemgericht. Het Veiligheidshuis Twente werkt als 'hulp in de uitvoering'. Dat wil zeggen dat er al bemoeienis is met een casus vanuit de lokale zorg- of veiligheidsstructuur of het Openbaar Ministerie. Vanuit het Veiligheidshuis kan iets worden toegevoegd, dit houdt in: adviseren, actief deelnemen in - of organiseren van (casus) overleggen of het (tijdelijk) overnemen van de regie in casuïstiek. De manier van samenwerken tussen het Veiligheidshuis en het CJG Losser bestaat uit twee routes: 1.Een jongere komt binnen bij het casusoverleg van het veiligheidshuis De coördinator van het veiligheidshuis legt contact met het CJG (een vast contactpersoon, de procescoördinator) en stemt af of deze jongere bij het CJG bekend is. Als deze jongere bekend is volgt afstemming over de samenwerking. Als deze jongere niet bekend is volgt afstemming over het eventueel inzetten van benodigde ondersteuning. Het overleg leidt niet altijd tot een actie vanuit het CJG. Dit is bijvoorbeeld het geval als de overtreding een incident is en er verder geen ondersteuningsvragen zijn. 2.Als een jongere in detentie gaat, wordt dit gemeld bij het CJG middels het systeem CORV Vanuit het CJG wordt er bij ouders geïnventariseerd of er behoefte is aan ondersteuning. Ruim op tijd en uiterlijk drie maanden voor de jongere uit detentie komt, wordt er een plan van aanpak gemaakt met het veiligheidshuis en het CJG en eventuele andere betrokkenen, gericht op terugkeer in de maatschappij. Ouders en de jongere worden vanzelfsprekend betrokken bij het maken van het plan, om aan te sluiten bij de wensen en behoeften. Ook hier geldt dat de opties van lichte en lokale ondersteuning worden benut. Duurdere zorg wordt alleen ingezet als het nodig is. In sommige situaties is sprake van gedwongen hulp als gevolg van een rechterlijke uitspraak.

Rechtspraak bij dit artikel