Deze verordening verstaat onder:
bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk.
beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
commissie: de mede op basis van artikel 15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie ruimtelijke kwaliteit, met als taak het college dan wel het bevoegd gezag op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, deze verordening en het monumentenbeleid;
gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: 1. zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; 2. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1;
gemeentelijk stads- of dorpsgezicht: groep van onroerende zaken die van algemeen belang is wegens haar schoonheid, de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer beschermde monumenten of gemeentelijke monumenten bevinden;
gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening aangewezen gemeentelijke monumenten;
programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek.
vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemeen verbindend voorschrift van de gemeenteraad van de gemeente Nijkerk houdende monumenten Erfgoedverordening