**1..** Het is verboden een als gemeentelijk monument aangewezen zaak te beschadigen of te vernielen.
**2..** Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:
een als gemeentelijk monument aangewezen zaak af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
een als gemeentelijk monument aangewezen zaak te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
**3..** Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.
**4..** Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Algemeen verbindend voorschrift van de gemeenteraad van de gemeente Nijkerk houdende monumenten Erfgoedverordening