1.Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt, worden de bevoegde
gezagsorganen in een overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen
inhoud van dat voorstel naar voren te brengen.
2.Dit overleg vindt plaatst uiterlijk 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het vast
te stellen programma betrekking heeft. De bevoegde gezagsorganen worden ten minste 2 weken
voor de door het college vastgestelde datum schriftelijk in kennis gesteld van het tijdstip van het
overleg en de voorgenomen inhoud van het voorstel.
3.De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor het overleg hun
zienswijzen schriftelijk kenbaar maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het
overleg van deze zienswijzen in kennis.
4.Het college maakt een verslag van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen naar
voren gebrachte zienswijzen. De overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen en de
reactie van het college hierop worden opgenomen in het verslag. Het verslag wordt binnen een
maand na het overleg toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen.
5.Een bevoegd gezag en het college kunnen de Onderwijsraad verzoeken een advies uit te
brengen over het conceptprogramma. Het verzoek bevat een schriftelijk gemotiveerde
omschrijving van de onderwerpen waarover advies wordt verwacht. Het advies dient betrekking
te hebben op de relatie tussen de voorgenomen inhoud van het programma en de vrijheid van
richting en inrichting. Het verzoek en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen worden
opgenomen in het verslag, bedoeld in het vierde lid.
6.Het college is belast met het indienen van een verzoek om advies bij de Onderwijsraad.
Het college zorgt ervoor dat de Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor het
beoordelen van het verzoek, waaronder het verslag, bedoeld in het vierde lid.
7.Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies wordt zo spoedig mogelijk door
het college toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Als het advies zou leiden tot één of
meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van het programma worden de
bevoegde gezagsorganen door het college bij het toezenden van het afschrift van het advies
uitgenodigd voor een nader overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader
bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft dit
aan bij het toezenden van het afschrift van het advies.
8.Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats binnen 2 weken nadat het advies van de
Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen is gezonden. Het college maakt van dit overleg
een verslag en voegt dit toe aan het verslag, bedoeld in het vierde lid.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 10.
Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Capelle aan den IJssel 2015