Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 5.

Advisering

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015

1.. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor het onderzoek, degene door of namens wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke hulp diens relevante huisgenoten: op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen; op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken. 2.. Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie of andere deskundige(n) om advies vragen indien: het een melding of aanvraag betreft van een persoon aan wie niet eerder een voorziening op grond van de wet is toegekend dan wel met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 4 is gevoerd; het een melding of aanvraag betreft van een persoon aan wie eerder een voorziening op grond van de wet is toegekend of met wie een gesprek als bedoeld in artikel 4 is gevoerd, maar van wie de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden; het college dat overigens gewenst vindt. 3.. Het college kan in het geval de cliënt, zonder tijdig te berichten, niet op het afgesproken tijdstip aanwezig is, dan wel niet verschenen is, eventuele kosten voor no show doorberekenen aan de cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel