De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden
voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van
de kamer op basis van een mandaat ex artikel 10:1 e.v. Awb:
artikel 2:1, tweede lid;
artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een
termijn;
artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft
tijdens de behandeling door de kamer;
artikel 7:4, tweede lid;
artikel 7:6, vierde lid.
Artikel 8.
Uitoefening bevoegdheden
Onderdeel van Verordening commissie bezwaarschriften Krimpenerwaard 2015