Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de
gemeentesecretaris ambtelijke bijstand tenzij:
het raadslid aan de griffier niet aannemelijk heeft
gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de
werkzaamheden van de raad;
dit het belang van de gemeente kan schaden;
de gevraagde bijstand dermate omvangrijk is, dat deze
niet ingepast kan worden binnen de reguliere
werkzaamheden van de ambtenaar.
De gemeentesecretaris beoordeelt, indien bijstand van de
ambtelijke organisatie wordt gevraagd of deze op grond van het
eerste lid onder sub b en sub c geweigerd wordt. De griffier
beoordeelt in dat geval of ambtelijke bijstand op grond van het
eerste lid onder sub a geweigerd wordt. Indien ambtelijke
bijstand van de op de griffie werkzame personen wordt gevraagd
beoordeeld de griffier of deze op grond van het eerste lid onder
a, b en c geweigerd wordt.
Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd
deelt de gemeentesecretaris dit met redenen omkleed mee aan de
griffier en de voorzitter van de raad. De griffier licht
vervolgens het raadslid dat het verzoek heeft ingediend in.
Indien het verzoek door de griffie geweigerd wordt, licht de
griffier de voorzitter van de raad en het raadslid dat het
verzoek heeft ingediend in.
Paragraaf 1:
Artikel 2
Het verlenen van ambtelijke bijstand
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning gemeente Krimpenerwaard 2015