Naar hoofdinhoud
Opschorting van het recht op bijstand Indien belanghebbende de voor de verlening van bijstand van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en belanghebbende dit te verwijten valt, dan wel indien de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking aan de uitvoering van de wet verleent, wordthet recht op bijstand gedurende maximaal acht weken opgeschort: vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft of vanaf de dag van het verzuim, indien niet kan worden bepaald op welke periode dit verzuim betrekking heeft. Belanghebbende ontvangt een mededeling van de opschorting, waarin tevens een hersteltermijn wordt gesteld waarbinnen het verzuim dient te zijn hersteld.

Rechtspraak bij dit artikel