Naar hoofdinhoud
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid Indien belanghebbende in de periode voorafgaand aan de bijstandsverlening, of nadien, een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond voor de voorziening in het bestaan, waardoor eerder of langer een beroep op bijstand wordt gedaan dan redelijkerwijs nodig zou zijn geweest, wordt de bijstand: in het geval van te snel interen van vermogen voor de duur dat eerder of langer bijstand verstrekt moet worden met 10% per maand verlaagd, met dien verstande dat de maatregel nooit langer kan voortduren dan 36 maanden; in alle overige gevallen voor de duur van een maand met 10% verlaagd. Indien belanghebbende de opgelegde verplichting(en) die verband houden met de aard en doel van een bepaalde vorm van bijstand of die strekken tot vermindering of beëindiging van de bijstand niet of onvoldoende nakomt, wordt de bijstand voor de duur van een maand met 10% verlaagd. Indien belanghebbende de opgelegde verplichting tot het instellen van een verzoek tottoekenning van een uitkering tot levensonderhoud voor kinderen zoals bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de wet niet of niet voldoende nakomt, wordt de bijstand voor de duur van een maand met 10% verlaagd. Indien belanghebbende de opgelegde verplichting tot het instellen van een verzoek tot toekenning van een uitkering tot levensonderhoud voor zich zelf niet of niet voldoende nakomt, wordt de bijstand voor de duur van een maand met 10% verlaagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel