Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Omvang en bekostiging gebruik

Onderdeel van Beleidsregel bekostiging bewegingsonderwijs 2015

1.. De omvang van het door de gemeente bekostigde gebruik van een gymnastiekruimte door een school voor basisonderwijs is gebaseerd op het aantal klokuren per week waarin volgens het activiteitenplan door de school de gymnastiekruimte wordt gebruikt. Voor een basisschool wordt het maximaal aantal klokuren dat voor bekostiging in aanmerking komt vastgesteld op basis van het aantal groepen volgens het bepaalde in artikel 14 van het Besluit Bekostiging WPO en de splitsingstabel zoals opgenomen in de bijlage bij deze beleidsregel. Het aantal klokuren bedraagt ten hoogste 1,5 klokuur per week per groep leerlingen van zes jaar en ouder en, als de school voor basisonderwijs niet beschikt over een speellokaal, ten hoogste 3,75 klokuur per week per groep leerlingen jonger dan zes jaar. 2.. Voor een speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs wordt het maximaal aantal klokuren dat voor bekostiging in aanmerking komt vastgesteld op basis van het aantal groepen volgenshet bepaalde in het vierde lid van artikel 136 WPO, respectievelijk artikel 14 van het Besluit bekostiging WEC vastgestelde aantal groepen. Het aantal klokuren bedraagt ten hoogste 3,75 klokuur per week per groep leerlingen jonger dan zes jaar, indien de school niet de beschikking heeft over een speellokaal en ten hoogste 2,25 klokuur per groep leerlingen van zes jaar en ouder. 3.. Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school voor (speciaal) basisonderwijs dat eigenaar is van een gymnastiekruimte ontvangt jaarlijks bekostiging. De hoogte van de bekostiging wordt vastgesteld volgens het bepaalde in de bijlage bij deze regeling, op basis van de door het betreffende bevoegd gezag ingevolge artikel 29 van de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs verstrekte gegevens. Het maximaal aantal voor bekostiging in aanmerking komende klokuren wordt op grond van het eerste lid vastgesteld. Wanneer er sprake is van medegebruik van de gymnastiekruimte door één of meer andere scholen voor basisonderwijs, wordt voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding het aantal klokuren getotaliseerd. 4.. Per schooljaar bekostigt de gemeente de ingevolge het eerste en tweede lid toegekende klokuren voor het gymonderwijs aan de schoolbesturen. De hoogte van de bekostiging wordt vastgesteld volgens het bepaalde in de bijlage bij deze regeling. De werkelijke afrekening van de afgenomen klokuren vindt plaats tussen schoolbesturen en de exploitant van de gemeentelijke gymzalen en sporthallen. 5.. Het college keert de ingevolge het derde lid vastgestelde vergoeding in twee termijnen als voorschot uit aan het bevoegd gezag; in januari 7/12 deel en in juli 5/12 deel. 6.. Na afloop van ieder kalenderjaar verantwoorden de schoolbesturen, vóór 1 maart, aan de gemeente op basis van de facturen van de exploitant van de gemeentelijke gymzalen en sporthallen. Niet-ingezette gelden voor gymonderwijs (minderuren) dienen vóór 1 mei van het jaar van verantwoording aan de gemeente terug te worden betaald. Meeruren komen voor rekening van de schoolbesturen en kunnen zonder tussenkomst van de gemeente worden ingekocht bij de exploitant van de gemeentelijke gymzalen en sporthallen.

Rechtspraak bij dit artikel