Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 2

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2011

1.. Na opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers ieder gedurende maximaal vijf minuten het woord voeren over zowel geagendeerde als niet-geagendeerde onderwerpen. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden: over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; indien niet alle gegevens, vermeld in lid 3, bij de griffie bekend zijn. 3.. Degene die gebruik wil maken van dit spreekrecht, meldt dit ten minste 24 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt zijn naam, adres, telefoonnummer, zo mogelijk mailadres en het onderwerp waarover hij wil spreken. 4.. De voorzitter heeft de mogelijkheid zonder opgave van reden een verzoek tot het uitoefenen van het spreekrecht te weigeren of te ontnemen. 5.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering; 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit verleend heeft. De voorzitter doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel