Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 6

Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2011

1.. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in be-staande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden. 2.. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3.. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laat-ste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 4.. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw be-noemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toela-ting wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6.. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een com-missie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de ge-meentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel