- - Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
- - Het verbod is, mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, niet van toepassing op:
- - verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
- - sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;
- - vuur voor koken, bakken en braden.
- - Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
- - Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
- - Het in artikel 5:34, eerste lid, gestelde verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Limburg.
- - Het in artikel 5:34, eerste lid, gestelde verbod geldt daarnaast niet voor zover het betreft:
- - verbranding van snoeihout;
- - verbranding van hout in geval van besmettelijke ziekten waardoor vervoer niet mogelijk is;
- - kampvuren;
- - Sint Maartensvuren;
Mits voldaan wordt door het college vast te stellen nadere regels.