1 Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van voor
stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen
mogen zich geen delen bevinden van andere bouwvergunningplichtige
bouwwerken dan die welke deel uitmaken van de hoogspanningslijn. Bij
het bepalen van deze afstand moet rekening worden gehouden met het
uitzwaaien van de draden ten gevolge van de wind. Onder
hoogspanningslijn wordt in dit artikel verstaan een lijn met een
nominale elektrische spanning van 1.000 volt of meer.
2 Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van een ondergrondse
hoofdtransportleiding mogen geen bouwvergunningplichtige bouwwerken
worden gebouwd.
3 Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van:
a het bepaalde in het eerste lid voor wat betreft de afstand van 6
meter, indien de elektrische spanning van de hoogspanningslijn
daarvoor geen bezwaar oplevert;
b het bepaalde in het tweede lid voor wat betreft de afstand van 6
meter, indien daartegen met het oog op de veilige en ongestoorde
ligging van de leiding geen bezwaar bestaat.
Hoofdstuk › Paragraaf 5
Artikel 2.5.19
Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen
Onderdeel van nr 07.01 Bouwverordening Zevenaar 2007 (inhoudsopgave en tekst verordening)