1 Indien de toegang van een gebouw meer dan 10 meter is verwijderd
van een openbare weg, moet een verbindingsweg tussen die toegang en
het openbare wegennet aanwezig zijn die geschikt is voor
verhuisauto’s, vuilnisauto’s, ziekenauto’s, brandweerauto’s en het
overige te verwachten verkeer, tenzij de aard, de ligging en het
gebruik van het gebouw zulks niet vereisen.
2 Een geschikte verbindingsweg in de zin van het eerste lid moet,
tenzij de gemeenteraad voor de desbetreffende weg in een
bestemmingsplan of in een verordening of anderszins voorschriften
heeft vastgesteld:
a een breedte hebben van ten minste 4,5 m, over een breedte van ten
minste 3,25 m zijn verhard en een vrije hoogte boven de kruin van de
weg hebben van ten minste 4,2 m;
b zijn verhard op een wijze die geschikt is voor motorvoertuigen met
een massa van ten minste 14.600 kg en zijn voorzien van de nodige
kunstwerken; en
c op doeltreffende wijze kunnen afwateren.
3 Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een
bijgebouw, als bedoeld in artikel 2, onder b, van het Besluit
bouwwerken, voorzover dit niet voor bewoning is bestemd, maar wel
tot een hoofdgebouw behoort dat op hetzelfde terrein is
gelegen.
4 Nabij ieder gebouw moeten zodanige opstelplaatsen voor
brandweerauto’s aanwezig zijn, dat een doeltreffende verbinding
tussen die auto’s en de bluswatervoorziening kan worden gelegd,
tenzij de aard, de ligging en het gebruik van het gebouw zulks niet
vereisen.
5 Bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening
moet worden zorg gedragen voor een doeltreffende niet-openbare
bluswatervoorziening.
Hoofdstuk › Paragraaf 1
Artikel 5.1.2
Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen
Onderdeel van nr 07.01 Bouwverordening Zevenaar 2007 (inhoudsopgave en tekst verordening)