1 Burgemeester en wethouders kunnen een gebruiksvergunning intrekken
indien:
a blijkt, dat zij de vergunning ten gevolge van onjuiste of
onvolledige gegevens hebben verleend;
b blijkt dat de houder van de vergunning niet heeft voldaan aan een
voorwaarde van de vergunning;
c van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen 26 weken na
het onherroepelijk worden van de vergunning;
d van de vergunning gedurende een periode van 26 weken of langer
geen gebruik is gemaakt;
e het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op grond
van een verandering van de inzichten en/of verandering van de
omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk, opgetreden na het
verlenen van de vergunning, en het niet mogelijk blijkt door het
stellen of wijzigen van voorwaarden dat belang voldoende te
beschermen.
2 Burgemeester en wethouders gaan niet over tot intrekking dan nadat
zij de houder van de vergunning hebben gehoord.
Hoofdstuk › Paragraaf 1
Artikel 6.1.6
Intrekken gebruiksvergunning
Onderdeel van nr 07.01 Bouwverordening Zevenaar 2007 (inhoudsopgave en tekst verordening)