Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
doelstellingen. In de verantwoording geeft het college aan:
wat bereikt is en hoe de resultaten zich verhouden tot de in
de programmabegroting gestelde doelen;
wat de lasten, baten, stortingen en onttrekkingen zijn;
wat de voorstellen voor budgetoverheveling en voor
afrekening met reserves;
wat de voortgang is van het investeringsprogramma.
Het college legt voorstellen voor budgetoverheveling en voor
afrekening met reserves bij de jaarstukken ter vaststelling voor aan
de raad. Voorstellen voor budgetoverheveling zijn getoetst aan de
volgende criteria:
beleidsinhoudelijke noodzaak;
inbedding in de werkplanning/jaarplan van het nieuwe
jaar;
effect op de voortgang/uitvoering van de reguliere
werkzaamheden/activiteiten;
het begrotingssaldo van de betreffende doelstelling mag niet
worden overschreden, behoudens situaties waarbij aantoonbare
exogene factoren het begrotingsresultaat negatief hebben
beïnvloed. Lid 2a tot en met 2c en 2e zijn ook in deze
gevallen van toepassing;
de overheveling heeft betrekking op incidentele
budgetten;
het minimumbedrag voor de overheveling bedraagt € 100.000
per post. Zo nodig kan gemotiveerd worden afgeweken van deze
grens.
Na goedkeuring van de jaarstukken worden de over te hevelen budgetten via
een begrotingswijziging toegevoegd aan het nieuwe begrotingsjaar. Voor zover
er daaraan voorafgaand in het begin van het nieuwe begrotingsjaar
activiteiten worden uitgevoerd zonder dat formeel de begroting door de raad
is gewijzigd worden deze tijdelijke budgetoverschrijdingen geacht te passen
binnen het beleid van de raad.
De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de doelstellingen
of de beleidsdoelen voor het lopende jaar bijstelling behoeven.