Het college biedt éénmaal per vier jaar een (geactualiseerde) nota
Reserves, Voorzieningen en Investeringen aan. In deze nota worden
aanvullende regels vastgelegd.
Investeringscalculaties voor investeringen in relatie tot vastgoed
groter dan € 100.000 worden gebaseerd op de netto contante waarde
methode, rekening houdend met alle ontvangsten en uitgaven
gerelateerd aan het betreffende activum.
Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden indien deze lager
dan € 100.000 zijn direct ten laste van de exploitatie gebracht. Bij
bedragen hoger dan € 100.000 is de maximale afschrijvingstermijn
gelijk aan de looptijd van de lening, of de eventueel kortere
economische levensduur van het activum waarvoor de lening is
afgesloten.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief worden
in maximaal 5 jaar afgeschreven.
Onder investeringen worden naast initiële investeringen ook
vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen gerekend,
daarmee ook groot onderhoud en renovatie.
De in dit artikel vermelde afschrijftermijnen houden in dat ten
tijde van het verstrijken van de afschrijftermijnen bij ongewijzigd
beleid vervanging/groot onderhoud/renovatie zal plaatsvinden.
Hiertoe zullen als dekkingsmiddel de vrijkomende afschrijvingen
beschikbaar blijven. Indien economisch mogelijk wordt het actief
langer gebruikt dan de in dit artikel bepaalde
afschrijftermijnen.
Uit doelmatigheidsoverwegingen worden activa met een geringe waarde
niet geactiveerd. Er is sprake van een geringe waarde bij
aanschaffingen van maximaal € 7.500, die op jaarbasis een
totaalbedrag per categorie aanschaffingen ad € 100.000 niet
overschrijden.
Bijdragen van derden, waaronder bijdragen uit hoofde van stedelijke
vernieuwing, worden in mindering gebracht op investeringen.
In geval van grondexploitaties worden investeringen in de openbare
ruimte met een maatschappelijk nut alsmede de investeringen in de
riolering niet geactiveerd maar middels de betreffende
grondexploitatie verrekend met de Algemene reserve
Gebiedsontwikkeling.
Beschikbare specifieke reserves worden in mindering gebracht op
investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut.
De afschrijftermijnen bij gebouwen worden bepaald op basis van de
componentenbenadering.
De afschrijftermijnen voor investeringen met een economisch nut
zijn:
40 jaar gebouwen (waaronder woonruimten en bedrijfsgebouwen),
sportvelden,
rioleringsstelsel;
25 jaar parkeerterreinen (betaald parkeren);
20 jaar gebouwgebonden installaties zoals kabels en leidingen;
15 jaar gebouwgebonden installaties zoals CV en elektrische installaties;
sneeuwschuivers;
10 jaar bekabeling automatisering, inrichting gebouwen, auto's;
6-8 jaar tractie en machines;
7 jaar telefooncentrales, inbraakbeveiliging;
6 jaar grote maaimachines;
5 jaar WMO-voorzieningen;
3-5 jaar ICT-Middelen;
- Niet - gronden en terreinen, kunstvoorwerpen, strategische
investeringen (tot doel op termijn te herontwikkelen).
Het college is bevoegd om in specifieke nota’s, beheerplannen en GRP,
afwijkende afschrijvingstermijnen op te nemen.
De afschrijftermijnen voor investeringen in de openbare ruimte met
maatschappelijk nut zijn:
a.
40 jaar
bruggen (steen en beton);
b.
25 jaar
wegen, straten en pleinen, openbare verlichting,
parkeerterreinen (onbetaald parkeren), kademuren,
bruggen (hout en staal);
c.
12 jaar
verkeersregelinstallaties;
d.
10 jaar
groenvoorzieningen;
e.
- Niet -
gronden en terreinen, voor zover openbare ruimte met
maatschappelijk nut.
Groot onderhoud/renovatie, geactiveerd in de periode tot en met
2003, kent een afschrijvingsduur van 25 jaar.
Renovatie, geactiveerd vanaf 2004, wordt afgeschreven in een
looptijd die in overeenstemming is met de na renovatie resterende
levensduur van het betreffende (deel van het) activum.
De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven volgens de in
lid 13 en lid 14 opgesomde afschrijftermijnen. Het college kan hier
gemotiveerd van afwijken.
Versnelde afschrijving is toegestaan op investeringen in de
openbare ruimte met maatschappelijk nut. Dergelijke afwijkingen
worden toegelicht in de jaarstukken.
De afschrijving van activa start op 1 januari na het jaar van
ingebruikname. Ook de renteberekening start op 1 januari na het jaar
van ingebruikname.
Van het in dit artikel bepaalde kan door het college worden
afgeweken. Afwijkingen worden schriftelijk gemotiveerd in het
betreffende investeringsvoorstel. Ten aanzien van afwijkingen op de
in artikel 13 en 14 bepaalde afschrijftermijnen geldt daarnaast dat
het college deze afwijkingen vaststelt met inachtneming van:
het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV);
relevante beantwoording op vragen aan de commissie BBV;
vorenstaande afschrijftermijnen;
reeds vastgestelde afwijkende afschrijftermijnen.
TITEL 2
Artikel 8
Vaste activa: investeringscalculatie, waardering & afschrijving
Onderdeel van Financiële verordening gemeente Delft 2015