Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Vooronderzoek

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Coevorden 2015

Het college bepaalt de te hanteren woonplaats in overeenstemming met het bepaalde in artikel 1.1. van de Jeugdwet, met dien verstande dat: bij de start van jeugdhulp of een maatregel altijd een bepaling wordt gedaan van het woonplaatsbeginsel volgens de landelijke richtlijnen, zoals vastgelegd in de in de bijlage opgenomen factsheet woonplaatsbeginsel van de VNG; in afwijking van het bepaalde onder lid 1 sub a wordt bij een verhuizing binnen de jeugdregio Drenthe tijdens de al gestarte jeugdhulp of maatregel de woonplaats niet opnieuw bepaald. Het college verzamelt alle voor het gesprek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie. Het college maakt zo spoedig mogelijk en tenminste binnen de termijn van 3 werkdagen na de melding, met de jeugdige of zijn ouders een afspraak voor het gesprek.Hierbij brengt het college de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan op te stellen. Als de jeugdige en de ouders daarom verzoeken draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het tweede en derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel