**1.** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
**2.** In deze verordening wordt verstaan onder:
a. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht;
b. de wet: de Participatiewet;
c. - alleenstaande: de ongehuwde met of zonder ten laste komende kinderen die geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft en bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
- gehuwden: gehuwden als bedoeld in artikel 3 van de wet;
d. bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm op grond van de artikelen 20, 21 en 23 van de wet;
e. referteperiode: als ingezetene van Nederland een periode van 3 kalenderaren onmiddellijk voorafgaand aan het jaar van de aanvraag;
f. inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede "een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan" moet worden gelezen als "de referteperiode", waarbij een bijstandsuitkering, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van het recht op individuele inkomenstoeslag als inkomen wordt gezien;
g. vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet op de aanvraagdatum;
h. individuele inkomenstoeslag: toeslag als bedoeld in artikel 36 van de wet;
i. minimumloon: het bruto minimumloon als bedoeld in artikel 8, lid 1, sub a, van de Wet minimumloon en en minimumvakantiebijslag.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet