In afwijking van artikel 2 van deze verordening draagt het college aan de uitkeringsgerechtigde geen tegenprestatie op bij:
a. het verrichten van mantelzorg dat naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is;
b. het verrichten van aantoonbaar vrijwilligerswerk dat naar aard en omvang vergelijkbaar is met een tegenprestatie;
c. deelneming aan activiteiten in het kader van een re-integratietraject;
d. een parttime baan voor ten minste 16 uur per week;
e. een alleenstaande ouder die vrijstelling van de arbeidsplicht heeft vanwege de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot 5 jaar;
f. duurzaam volledige arbeidsongeschiktheid.