Uitwerking van artikel 10, lid 3 van de verordening.
De hoogte van een pgb is gebaseerd op een door de jeugdige en/of diens ouders opgesteld plan over hoe zij het pgb gaan besteden. Dit plan bevat in ieder geval een onderbouwde begroting en een antwoord op de volgende vragen:
a.welke jeugdhulp met het pgb zal worden ingekocht;
bij wie deze jeugdhulp wordt ingekocht;
indien van toepassing: wie gemachtigd is om de belangen van de jeugdige te behartigen en de
aan het pgb verbonden taken uit te voeren;
waarom de wens bestaat deze jeugdhulp via een pgb te ontvangen;
hoe beoogd wordt de jeugdhulp in praktische zin te organiseren;
op welke manier de jeugdhulp bijdraagt aan participatie en zelfredzaamheid;
op welke wijze de kwaliteit van de jeugdhulp is gewaarborgd.
Het pgb dient toereikend te zijn om jeugdhulp in te kopen die voldoet aan de norm voor verantwoorde hulp, zoals omschreven in artikel 4.1.1 van de Jeugdwet.
De met het pgb in te kopen jeugdhulp dient aantoonbaar te leiden tot betere en effectievere ondersteuning en aantoonbaar doelmatiger te zijn dan jeugdhulp van een professional.
Het pgb bedraagt op grond van artikel 10, lid 2 van de verordening ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate individuele voorziening in natura. Deze kostprijs is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens ziekte, verzekeringen en reiskosten. De kostprijs van de zorg in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na een consultatie in de markt of in overleg met de aanbieder.
Als de begrote kosten voor de met het pgb in te kopen jeugdhulp hoger zijn dan het tarief van de goedkoopst adequate voorziening kan het pgb tot het bedrag van genoemd tarief worden verstrekt, indien de jeugdige en/of zijn ouders zelf het aanvullende bedrag betalen.
Artikel 4. Pgb voor jeugdhulp van een persoon uit het sociale netwerk
Uitwerking van artikel 10, lid 4 van de verordening.
1. De jeugdige en/of zijn ouders aan wie een pgb wordt verstrekt kunnen de jeugdhulp die deel
uitmaakt van de individuele voorziening uitsluitend betrekken van een persoon die behoort tot hun sociale netwerk, indien:
de te bieden zorg de algemeen gebruikelijke zorg voor een naaste overstijgt;
een plan wordt overlegd, zoals vermeld in artikel 3, lid 2 van deze nadere regels;
deze persoon voor zijn diensten betaald krijgt tot een tarief van 48,8% van de
kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate voorziening in natura;
deze persoon aannemelijk kan maken dat de zorg aan de ontvanger van het pgb niet leidt tot
overbelasting;
het pgb niet gebruikt wordt voor de betaling van tussenpersonen of belangenbehartigers.
Een pgb wordt niet verstrekt aan een jeugdige die hier onder druk van personen in zijnomgeving om heeft verzocht of bij wie de hulpvraag ondergeschikt is aan financieel gewin.