Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4.

Ontheffing tegenprestatie

Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Katwijk

1.. Vrijgesteld van de plicht tot tegenprestatie is: de belanghebbende die op het moment van aanvraag voor een uitkering aantoonbaar vrijwilligerswerk verricht voor ten minste acht uur per week, gedurende drie maanden, en welke minimaal vergelijkbaar is met een tegenprestatie als bedoeld in deze verordening. de belanghebbende die deelneemt aan activiteiten in het kader van een re-integratietraject voor tenminste 24 uur per week; de belanghebbende die aantoonbaar intensieve mantelzorg verricht; de belanghebbende die een parttime baan heeft voor ten minste 24 uur per week; de alleenstaande ouder die op grond van artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet, op eigen verzoek, een ontheffing van de arbeidsplicht heeft in verband met de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot 5 jaar; de belanghebbende die duurzaam volledig arbeidsongeschikt is zoals omschreven in artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet. 2.. Het college bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat er sprake is van een vrijstellingsgrond als bedoeld in het voorgaande lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel