**1..** Vrijgesteld van de plicht tot tegenprestatie is:
de belanghebbende die op het moment van aanvraag voor een
uitkering aantoonbaar vrijwilligerswerk verricht voor ten
minste acht uur per week, gedurende drie maanden, en welke
minimaal vergelijkbaar is met een tegenprestatie als bedoeld
in deze verordening.
de belanghebbende die deelneemt aan activiteiten in het
kader van een re-integratietraject voor tenminste 24 uur per
week;
de belanghebbende die aantoonbaar intensieve mantelzorg
verricht;
de belanghebbende die een parttime baan heeft voor ten
minste 24 uur per week;
de alleenstaande ouder die op grond van artikel 9a, eerste
lid, van de Participatiewet, op eigen verzoek, een
ontheffing van de arbeidsplicht heeft in verband met de zorg
voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot 5 jaar;
de belanghebbende die duurzaam volledig arbeidsongeschikt is
zoals omschreven in artikel 9, vijfde lid, van de
Participatiewet.
**2..** Het college bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat er
sprake is van een vrijstellingsgrond als bedoeld in het voorgaande
lid.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.
Ontheffing tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Katwijk