De belasting als bedoeld in artikel 2, wordt geheven
naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit
het eigendom wordt afgevoerd.
Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het
aantal kubieke meters water dat in de (voor)laatste
aan het begin van het belastingjaar voorafgaande
verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of
is opgepompt.
Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een
periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid
water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij
die herleiding wordt een gedeelte van een
kalendermaand voor een volle maand gerekend.
De op de voet van het tweede lid berekende
hoeveelheid toegevoerd water of opgepompt water
wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
als afvalwater is afgevoerd.
Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede lid
van dit artikel niet bekend zijn, wordt het
waterverbruik door de in artikel 231, tweede lid,
letter b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar
vastgesteld op basis van het waterverbruik van
vergelijkbare huishoudens.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2015 – Gemeente Tynaarlo