Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van de heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015

1.. De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2.. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. 3.. Indien de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van 365 dagen, wordt het waterverbruik door herleiding naar een volledige periode bepaald, uitgaande van het gemiddeld gerealiseerde dagverbruik. 4.. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5.. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. Vermindering als gevolg van het besproeien van tuinen of landerijen, het vullen van vijvers of zwembaden of het schoonmaken van voertuigen vindt niet plaats.

Rechtspraak bij dit artikel