De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:
door degenen die verblijf houden aan boord van:
een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot
verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van
hulpbehoevenden of van bejaarden;
kano's, roei- en volgboten;
motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4
meter;
een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in
het gemeentelijk watergebied bevindt;
een vaartuig in gebruik voor onderhoud aan de waterwegen,
welk onderhoud in opdracht van het Rijk, de provincie
Limburg of de gemeente Roermond wordt uitgevoerd.
waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de
heffing en invordering van toeristenbelasting;
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
zin van artikel 8, letters c, d, f, g en h van voornoemde wet, en
voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als
bedoeld in artikel 2 van de verordening, onder verantwoordelijkheid
van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting (verordening watertoeristenbelasting 2015)