**1..** Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een
belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is
aangewezen:
het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op:
2,1 bij een vaartuig met een lengte van 4 tot en met 7 meter;
2,4 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7, doch ten
hoogste 9 meter; 2,7 bij een vaartuig met een lengte van meer
dan 9, doch ten hoogste 12 meter; 3,6 bij een vaartuig met een
lengte van meer dan 12 meter;
het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen
verblijf is gehouden, bepaald op: 15,7 bij een vaartuig met een
lengte van 4 tot en met 7 meter; 17,5 bij een vaartuig met een
lengte van meer dan 7, doch ten hoogste 9 meter; 17,9 bij een
vaartuig met een lengte van meer dan 9, doch ten hoogste 12
meter; 19,5 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12
meter.
**2..** Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op
het aantal vaartuigen, welke door de belastingplichtige bij aangifte uit
de verhuuradministratie zijn opgegeven, dan wel blijken.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting (verordening watertoeristenbelasting 2015)