Deze verordening verstaat onder:
vaartuig:
een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen
wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor
het vervoer te water van personen of goederen of
voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het
drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen
met inbegrip van woonschepen, vissersschepen, sleep-
en duwboten, schuiten, hout-, werk- en
aanlegvletten, pontons, baggermateriaal en
zandzuigers, drijvende kranen en bokken;
woonschip:
elk vaartuig dat blijvend of in hoofdzaak dient of
kan dienen tot woon- en/of nachtverblijf van één of
meer personen;
pleziervaartuig:
elk vaartuig dat hoofdzakelijk bestemd is of wordt
gebruikt voor de recreatie;
laadvermogen:
het in tonnage uitgedrukte verschil tussen de
waterverplaatsing van een vaartuig bij de grootste
toegelaten diepgang en die van het ledige vaartuig
overeenkomstig de bij het vaartuig behorende, mits
in Nederland, geldende meetbrief. Bij het ontbreken
van een meetbrief wordt het laadvermogen ambtshalve
vastgesteld;
tonnage:
de eenheid waarin de verplaatsing is
uitgedrukt;
lengte van een vaartuig:
de grootste lengte van een vaartuig, gemeten over
alles en naar boven afgerond op hele meters;
vierkante meters ingenomen wateroppervlakte:
de ingenomen wateroppervlakte wordt verkregen door
vermenigvuldiging van de grootste lengte met de
grootste breedte van het vaartuig overeenkomstig de
bij het vaartuig behorende, mits in Nederland
geldende, meetbrief. Bij het ontbreken van een
meetbrief worden de vierkante meters ingenomen
wateroppervlakte ambtshalve vastgesteld;
etmaal:
een aaneengesloten tijdvak van 24 uren aanvangende
om 21.00 uur.
Hoofdstuk I
Artikel 1