**1..** De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.
**2..** De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.
**3..** Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek(afstemmings-)overleg plaats tussen de accountant en (een vertegenwoordiging uit) de raad, de wethouder financiën, de gemeentesecretaris, de griffier, de (concern-)controller en het hoofd financiën.
Artikel 4
Inrichting accountantscontrole
Onderdeel van Verordening controle en financieel beheer 2005