Een belanghebbende kan bij het college een aanvraag indienen voor medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden.
Het collegeverleent slechts medewerking aan het op aanvraag van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een exploitatie-overeenkomst als bedoeld in artikel 6, met dien verstande dat artikel 6, tweede lid, in dit geval niet van toepassing is.
Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:
een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen onroerende zaken;
gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de in exploitatie te brengen onroerende zaken is of worden;
gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen (bouw)werkzaamheden.
In geval door het college een aanvraag voor een bouwvergunning, eventueel in combinatie met een aanvraag voor vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van openbaar nut moeten worden getroffen, wordt hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor de beslissing op de aanvraag mededeling gedaan aan de aanvrager. Daarbij zal een zo nauwkeurig mogelijke raming van de voor rekening van de exploitant komende kosten, verband houdende met het in exploitatie brengen van gronden, worden verstrekt. Tevens zal daarbij aan de aanvrager gelegenheid worden gegeven tot het indienen van een aanvraag voor medewerking.
Het college reageert op de aanvraag om medewerking, hetzij met een weigering hetzij met de aanbieding van een conceptovereenkomst, binnen zes maanden na de dag waarop het verzoek is ontvangen.
Hoofdstuk 3:
Artikel 7 Indiening aanvraag voor medewerking
Artikel 7 Indiening aanvraag voor medewerking
Onderdeel van Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden