Naar hoofdinhoud
De hoogte van de langdurigheidstoeslag is bij benadering gebaseerd op de toeslagen, zoals die tot 1 januari 2009 uit de wet voortvloeiden. Er wordt onderscheid gemaakt naar een gezinssituatie met en zonder ten laste komende kinderen. Om niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen is ervoor gekozen om de hoogte van de langdurigheidstoeslag jaarlijks automatisch mee te laten bewegen met de bijstandsnomen. Omdat de bijstandsnormen in beginsel twee maar per jaar worden geïndexeerd en de langdurigheidstoeslag maar eenmaal, wordt steeds vergelijking gemaakt met de bijstandsnormen per 1 januari van het betreffende jaar. Indien er sprake is van gehuwden, waarvan één persoon geen recht heeft op bijstand, wordt tot 1 januari 2012 de langdurigheidstoeslag vastgesteld naar de norm voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. Dit blijft zo, als er sprake is van een gezin dat slechts uit gehuwden bestaat. In het derde lid is tot uitdrukking gebracht dat als in de verordening voorzien is in een specifieke bepaling die dat regelt, die bepaling wordt vervangen door een bepaling die regelt dat als er tot het gezin een niet-rechthebbende behoort, dit slechts tot aanpassing van de hoogte van de langdurigheidstoeslag leidt als er slechts één rechthebbend gezinslid overblijft.

Rechtspraak bij dit artikel