De in de artikelen 5.3.1, 5.3.2, 5.3.3 en 5.3.4 bedoelde afstand
moet worden gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting
zonder bezwaren kan worden gemaakt en tot het deel van het bouwwerk
dat zich het dichtst bij een leiding van het distributienet bevindt.
Hierbij moeten bouwwerken die zich tezamen op één erf of terrein
bevinden, als één bouwwerk worden beschouwd.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 3
Artikel 5.3.7
Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen
Onderdeel van Bouwverordening 2010