Naar hoofdinhoud
1.. De houder van een gastouderbureau organiseert zijn werkzaamheden op zoda­nige wijze, voorziet het bureau zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personeel en materieel, draagt zorg voor een zodanige verantwoordelijkheids­toedeling en voert een zodanig beleid, dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde uitvoering van de werkzaamheden. 2.. In een besluit van het college kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de kwaliteit en de werkwijze van gastouderbureaus. Deze regels kunnen betrekking hebben op: de opleidingseisen waaraan de beroepskrachten voldoen; de wijze waarop de relaties tussen het gastouderbureau, de gastouders en de ouders worden geregeld; de administratie van gegevens ten behoeve van een goede uitvoering van deze wet; de wijze waarop informatie, waaronder begrepen informatie omtrent het te voeren beleid en de wijze waarop daaraan uitvoering wordt gegeven, onder de aandacht van ouders wordt gebracht; de wijze waarop de gevaren en de risico's voor de veiligheid en de gezondheid van kinderen worden voorkomen of beperkt. 3.. Op personen werkzaam bij een gastouderbureau en op gastouders is artikel 7, derde, vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel