Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan een buiten de gemeente Eindhoven gevestigd gastouderbureau met een geregistreerd gastouderbureau gelijkstellen, door opneming ervan in het door de gemeente bij te houden register, genoemd in artikel 3.4. 2.. Indien een ouder voornemens is, gebruik te maken van een gastouderopvang door tussenkomst van een gastouderbureau buiten de gemeente Eindhoven, doet het gastouderbureau bij het college een aanvraag om opneming van dat bureau in het register. Een gastouderbureau wordt slechts in dat register opgenomen, indien aanneme­lijk is gemaakt dat de kwaliteit ervan naar aard en naar strekking overeenkomt met de op grond van deze verordening gestelde regels. 3.. Op gastouderbureaus als bedoeld in lid 1 zijn de overige artikelen van deze veror­dening van toepassing voorzover hier niet expliciet van wordt afgeweken 4.. De houder van een gastouderbureau als bedoeld in het eerste lid draagt er voor zorg dat de kwaliteit van het bureau naar aard en naar strekking overeenkomt met de op grond van deze wet gestelde regels. De artikelen 2, 3, 4, 6, 7, 16, 27, 28, 29 en hoofdstuk 4 zijn niet van toepassing op een gastouderbureau als bedoeld in het eerste lid. 5.. Het college kan regels stellen omtrent: de wijze waarop aannemelijk wordt gemaakt dat een gastouderbureau als be­doeld in het eerste lid voldoet aan het tweede lid; het toezicht op de naleving van het vierde lid; de administratie van gegevens en het verstrekken van gegevens en inlichtin­gen ten behoeve van dat toezicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel