Ambtelijke bijstand wordt verleend, tenzij
a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt, dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;
b. dit het belang van de gemeente kan schaden;
c. de taakuitoefening van de betreffende functionarissen hierdoor aanmerkelijk zou worden belemmerd en de bijstand niet tot geringere, meer aanvaardbare proporties kan worden teruggebracht.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning (2010)