Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen:
a. op verzoek van de vergunninghouder;
b. wanneer de vergunninghouder uit het gebied waarvoor de parkeervergunning is verleend, verhuist of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;
c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de parkeervergunning;
d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van parkeervergunningen komt te vervallen;
e. wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn parkeervergunning heeft voldaan
f. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften en/of beperkingen;
g. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
h. om reden van openbaar belang;
Afdeling III verbodsbepalingen