In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regels wordt verstaan onder:
het college: het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk;
peuterspeelzaalwerk: het bieden van speelgelegenheid aan meer dan vier kinderen van minimaal 2 jaar tot 4 jaar gelijktijdig, gedurende (meestal) twee dagdelen per week, met een maximale verblijfduur van 3,5 uur per dag, gedurende ongeveer 40 weken per jaar, met als doel de ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en hen samen te laten spelen;
peuterspeelzaal: een voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt;
houder: degene die een peuterspeelzaal exploiteert;
beroepskracht: degene die in een peuterspeelzaal werkzaamheden verricht die zijn opgenomen in de voor het peuterspeelzaalwerk geldende CAO en die beschikt over voor deze werkzaamheden passende beroepskwalificaties;
begeleider: degene die anders dan als beroepskracht is belast met de begeleiding van kinderen bij een peuterspeelzaal.
toezichthouder: een door het college van burgemeester en wethouders op naam aangewezen persoon in dienst van een GGD.
ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie het peuterspeelzaa!werk betrekking heeft
Hoofdstuk 1
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening peuterspeelzaalwerk Beverwijk