De bestuursorganen verlenen mandaat, volmacht of machtiging aan de in het mandaatregister genoemde functionarissen en in alle hierin genoemde gevallen aan de directeur-secretaris en de afdelingsmanagers;
De directeur-secretaris en/of afdelingsmanagers kunnen alleen ondermandaat verlenen indien dit uitdrukkelijk is bepaald in het bij dit mandaatbesluit behorende mandaatregister;
Het mandaat dat aan een functionaris is verleend strekt niet verder dan de uitoefening van de bevoegdheden die tot het specifieke takenpakket van de functionaris behoren, blijkend uit het aanwijzings-, benoemings- of andersoortige besluiten of vastgestelde werkplannen;
De directeur-secretaris en de afdelingsmanagers kunnen om hen moverende redenen aan de aan hen ondergeschikte functionarissen die In mandaat, bij volmacht of als gemachtigde bevoegdheden uitoefenen, aanwijzingen geven of het gebruik van die bevoegdheden niet toestaan;
Bij twijfel gebruik van bevoegdheid, overlegt de gemandateerde met de mandaatgever over de uitoefening van de bevoegdheid.
Indien een wet of regeling vervangen wordt door een wet of regeling van gelijke aard of strekking wordt een al verleend mandaat geacht betrekking te hebben op deze nieuwe wet/regeling. Binnen een jaar dient deze wijziging te worden verwerkt in het mandaatregister.
Hoofdstuk
Artikel 6
Voorschriften t.a.v. de mandaatverlening
Onderdeel van Algemeen mandaatbesluit Leusden 2015