Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7.

Gebruikelijke Hulp

Onderdeel van Besluit Jeugdhulp Gemeente Zwolle 2015

De gemeente Zwolle laat de bepaling wat “gebruikelijke hulp” is over aan de generalist en hanteert niet een van tevoren vastgelegd aantal uren. Door de bepaling over te laten aan de generalist wordt optimaal maatwerk geleverd. Om generalisten een handvat te geven wordt het “Protocol gebruikelijke zorg” dat nu geldt binnen de AWBZ door de generalist als richtlijn gehanteerd. Dit protocol wordt als een soort ‘kontzaknotitie’ meegegeven maar geldt zeker niet als strak keurslijf. In het persoonlijk plan van het gezin kan de wens uitgesproken worden om het sociale netwerk of mantelzorgers in te willen zetten. De gemeente Zwolle is van mening dat de beloning van het sociale netwerk in elk geval beperkt moet blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is dan zorg in natura. De afweging om al dan niet over te gaan tot betaling van de informele hulp vindt plaats tijdens de onderzoeksfase en het gesprek met de potentiële budgethouder. Per situatie is maatwerk geboden. Om duidelijkheid te creëren voor aanvragers en generalisten houdt de gemeente Zwolle rekening met de volgende omstandigheden: De motivatie om over te gaan tot het uitbetalen van de informele hulp; De informele hulp mag daarbij geen druk op de budgethouder hebben uitgeoefend bij zijn besluitvorming om over te gaan tot uitbetaling; Is de informele hulp in staat om de gevraagde hulp te bieden (magniet te zwaar zijn); Is er sprake van verlies aan inkomsten? Dit is het geval wanneer de informele hulp behoort tot de beroepsbevolking en door de geboden hulp minder kan deelnemen aan het arbeidsproces. Er is geen sprake van inkomstenverlies wanneer de informele hulp een uitkering ontvangt. De gemeente Zwolle is van mening dat doorgaans het verlenen van een aantal uren onbetaalde mantelzorg per week niet ten koste gaat van een betaalde baan (zie Gebruikelijke hulp); Van inwonende eerste- en tweedegraads familieleden kan meer (onbetaalde) mantelzorg worden verwacht dan van uitwonende familieleden; De wens om vrienden, kennissen, collega’s en buren uit te willen betalen is afhankelijk van de sociale relatie die de budgethouder met deze mensen heeft; De omvang van de betaalde en onbetaalde mantelzorg die iemand verleent. De totale belasting van de mantelzorger: gebruikelijke hulp, mantelzorg en werk; Het type hulp, de frequentie van de geboden hulp, de duur van de hulp (tijdelijk of lange periode) en de mate van verplichting (kan degene die de hulp levert een keer overslaan als hij/zij ziek is of op vakantie of is dit niet mogelijk?) spelen een rol bij het al dan niet overgaan tot betaling; De mogelijkheid om zorg uit handen te geven. Is er passende zorg beschikbaar?; De kosten die iemand moet maken om mantelzorg te verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel