De reserve bestaat uit het overschot van de bijdrage voorgaande jaren. Dit bedrag zal niet eindeloos mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum gebonden.
Ook met betrekking tot de reserve is het van belang dat goed wordt omgegaan met de splitsing van een fractie. De regeling voorziet in het naar evenredigheid verdelen van de reserve over de nieuw ontstane fracties. Indien een splitsing kort na de verkiezingen plaatsvindt zou een conflict kunnen ontstaan over de verdeling van de reserve. De regeling laat er echter geen twijfel over dat ook in dat geval de reserve verdeeld moet worden.
Eerste lid
Spreekt voor zich.
Tweede lid
Aan het hebben van een reserve is een maximum gesteld. De reserve mag niet hoger zijn dan 30% van de uitgekeerde fractievergoeding in het voorafgaande jaar.
Voorbeeld:
Fractie A heeft op 1 januari 2015 2 leden. Het voorschot dat wordt uitbetaald in januari 2015 bedraagt 1900 euro. De reserve per 1 januari 2016 bedraagt maximaal 570 euro (30% van 1900 euro).
Vierde lid
Dit is een overgangsbepaling voor verkiezingsjaren.
Vijfde lid
Als na een verkiezing een fractie in de raad terug keert met zetelverlies en blijkt dat de reserve hoger is dan 30% van de na de verkiezing uitgekeerde fractievergoeding, dan vervalt het recht op een eventueel overschot.
Zesde lid
Bij splitsing van de fractie wordt de bestaande reserve gesplitst tussen de oorspronkelijke en de nieuw ontstane fractie(s). De verdeling wordt gemaakt ingaande de eerste dag van de maand na de maand van splitsing. De verdeling wordt gemaakt naar evenredigheid van de bij de splitsing betrokken leden.
Zevende lid
Op het moment dat twee of meer fracties zich samenvoegen, worden zij in het kalenderjaar van samenvoeging voor deze verordening beschouwd als afzonderlijke fracties, conform de situatie voor de samenvoeging. Met ingang van het daarop volgende kalenderjaar worden de reserves van beide oorspronkelijke fracties samengevoegd. De reserve bedraagt maximaal 30% van de in dat kalenderjaar uitbetaalde bijdrage. Dit is een uitzondering van het bepaalde in het tweede lid, waarbij uit wordt gegaan van de bijdrage in het voorafgaande kalenderjaar. Omdat er op dat moment nog sprake was van twee afzonderlijke fracties, is dit geen goede grondslag voor het vaststellen van de maximale reserve.