Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere omstandigheden
bepalen dat de kermis of een deel ervan tijdelijk op andere dan de
in artikel 1,2 en 3 sub 2 vermelde plaatsen wordt gehouden.
Zij zorgen dat een daartoe strekkend besluit tijdig voor de
verpachting ter kennis van de gemeenteraad alsmede ter openbare
kennis wordt gebracht.