De medewerker die tijdelijk een functie waarneemt waarvoor een hogere salarisschaal geldt dan voor zijn eigen functie, ontvangt een toelage conform het bepaalde in artikel 3:1:2 van de CAR/UWO.
Bij het beëindigen van deze toelage, ongeacht de duur en de hoogte, kan de medewerker geen aanspraak maken op de afbouwregeling op grond van artikel 20 van deze regeling.