**1..** Onder eerste inrichtingskosten wordt verstaan: de kosten voor de inrichting van een eerste woning, waaronder kosten van duurzame gebruiksgoederen en / of overige inrichtingskosten zoals genoemd in artikel 20 en 21 van deze beleidsregel.
**2..** Het college verstrekt in beginsel geen bijzondere bijstand voor deze kosten, omdat zij behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Bijzondere bijstand is alleen mogelijk in de volgende bijzondere omstandigheden:
belanghebbende heeft een verblijfsvergunning gekregen en betrekt voor het eerst een eigen woning;
belanghebbende moet een nieuw woning inrichten als gevolg van een verlating;
belanghebbende leeft op straat en krijgt een eigen woning toegewezen.
**3..** Indien er sprake is van bijzondere omstandigheden zoals aangegeven in lid 2 dan wordt, voor zover de eerste inrichtingskosten betrekking hebben op duurzame gebruiksgoederen, bijzondere bijstand verstrekt in de vorm van leenbijstand op grond van artikel 51 lid 1 Participatiewet, mits belanghebbende geen lening kan afsluiten bij een gemeentelijke kredietbank. Een lening bij een gemeentelijke kredietbank is een voorliggende voorziening. Bijzondere bijstand wordt om niet verstrekt voor zover de eerste inrichtingskosten betrekking hebben op overige inrichtingskosten.
**4..** Bij de hoogte van de bijzondere bijstand wordt uitgegaan van een kosten overzicht die door belanghebbende wordt overlegd. De maximale vergoeding is 70% van de inventarispakketen zoals aangegeven in de prijzengids van het NIBUD, of lager als de feitelijke kosten lager uitvallen. Als belanghebbende al een gedeeltelijke inboedel heeft , dan wordt 35% van de NIBUD-normbedragen van deze inboedel in mindering gebracht op de te verstrekken leenbijstand. In het individuele geval kan hiervan worden afgeweken, als hiervoor zwaarwegende redenen zijn aan te voeren.
Hoofdstuk 2
Artikel 22
Eerste inrichtingskosten
Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand 2015 gemeente Groesbeek