**1.** Onverminderd artikel 2, lid 2 van de verordening wordt de hoogte en duur van de maatregel die hoort bij een verwijtbare gedraging als omschreven in de artikel 11 vastgesteld op:
a. 10 % van de grondslag gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste categorie;
b. 30 % van de grondslag gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie;
c. 40 % van de grondslag gedurende 1 maand bij gedragingen van de derde categorie;
d. 100 % van de grondslag gedurende 1 maand bij gedragingen van de vierde categorie;
e. 100 % van de grondslag gedurende 2 maanden bij gedragingen van de vijfde categorie met dien verstande dat bij het niet behouden van de dienstbetrekking of het niet aanvaarden dan wel verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid van geringe omvang, de hoogte van de maatregel wordt vastgesteld naar de mate waarin belanghebbende inkomen heeft verloren of zou hebben kunnen verwerven.
**2.** Van het opleggen van een maatregel als bedoeld onder lid 1, onder a, kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet nakomen van deze verplichting plaatsvindt binnen een periode van 2 jaar na een vorige gedraging waarvoor al een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
**3.** De duur van de maatregel als bedoeld in lid 1 wordt verdubbeld, indien belanghebbende binnen 12 maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging zich opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging.
**4.** Bij volharding in verwijtbare gedrag en voorts nadat twee eerdere maatregelen zijn opgelegd, wordt tevens de hoogte van de maatregel verdubbeld.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 18
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Handhavings- en maatregelenverordening inkomensvoorzieningen 2015