**1.** Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;
b. de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden.
**2.** Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig worden geacht.
**3.** Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
**4.** Met een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen.
Hoofdstuk 1
Artikel 6
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Handhavings- en maatregelenverordening inkomensvoorzieningen 2015