Naar hoofdinhoud
Dit artikel handelt over de samenstelling van het bestuur, iets wat in de gemeenschappelijke regeling geregeld moet worden (art. 10 lid 3 Wgr). Daarbij is rekening gehouden met het feit dat de wet voorschrijft dat de leden van het bestuur door en uit de deelnemende colleges van burgemeester en wethouders moeten worden aangewezen (art. 14a Wgr). Er is voor gekozen om ieder college één lid aan te laten wijzen en de leden gelijk stemrecht te geven. Op die manier wordt de samenwerkingsgedachte achter de regeling benadrukt; daarbij past gelijkwaardigheid van de deelnemers. Er is geen onderscheid tussen grote en kleine gemeenten. Ieder lid heeft namelijk ook één stem en er wordt bij absolute meerderheid besloten, waarbij bij staken van stemmen geldt dat het voorstel verworpen is. Mocht het voorkomen dat een lid van het bestuur verhinderd is, dan kan de door het betreffende college aangewezen plaatsvervanger het lid vervangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel