De precariobelasting wordt niet geheven terzake van het hebben van:
wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, ANWB en andere overeenkomstige instellingen;
brievenbussen en telefooncellen;
halteborden, wachthuisjes en dergelijke ten dienste van openbare middelen van vervoer;
borden, masten, palen en dergelijke die in verband met verkiezingen van publiekrechtelijke lichamen zijn aangebracht;
voorwerpen die gedurende minder dan 14 al of niet achtereenvolgende dagen per jaar aanwezig zijn, in die gevallen, waarin in deze verordening alleen een heffingstarief per jaar is aangegeven;
buizen tot lozing van fecaliën, van huishoud- of hemelwater, welke rechtstreeks aansluiten op de gemeentelijke riolering;
pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, goten, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen, bloembakken, klokken, vlaggenstokken, gevelautomaten en dergelijke voorwerpen;
kelderingangen, licht- en luchtopeningen, rijwieltegels, stoeptreden, overstekken, luifels, erkers, balkons, uitbouwen, overbouwingen en dergelijke onderdelen van bouwwerken;
een open laadbak gedurende minder dan 2 dagen;
voorwerpen welke nagenoeg uitsluitend strekken tot een liefdadig of godsdienstig of een ander levensbeschouwelijk doel of tot bevordering van onderwijs, wetenschappen of kunst;
voorwerpen, indien de gemeente terzake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
voorwerpen, waarvan de gemeente de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2015