Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep als
onderdeel van een traject activiteiten aanbieden in het kader
van sociale activering.
2. Onder sociale activering wordt verstaan: het verrichten van
onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op
arbeidsinschakeling of als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk
is op zelfstandige maatschappelijke participatie.
Het college kan een uitkeringsgerechtigde in de gelegenheid
stellen deel te nemen aan maatschappelijk zinvolle activiteiten,
in de vorm van vrijwilligerswerk.
Het initiatief tot het verwerven van vrijwilligerswerk kan zowel
van het college als van de uitkeringsgerechtigde uitgaan.
In een trajectplan wordt tenminste vastgelegd het doel van het
sociale activeringstraject en de wijze waarop de begeleiding
plaatsvindt.
Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde
activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die
persoon.
Het college stelt de uitkeringsgerechtigde alleen in staat als
vrijwilliger met behoud van uitkering te werken als hierdoor de
concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
er geen reguliere arbeid wordt verdrongen.
Hoofdstuk 4
Artikel 10
Sociale activering en vrijwilligerswerk met behoud van uitkering
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Overbetuwe 2015