Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

Sociale activering en vrijwilligerswerk met behoud van uitkering

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Overbetuwe 2015

Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep als onderdeel van een traject activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering. 2. Onder sociale activering wordt verstaan: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is op zelfstandige maatschappelijke participatie. Het college kan een uitkeringsgerechtigde in de gelegenheid stellen deel te nemen aan maatschappelijk zinvolle activiteiten, in de vorm van vrijwilligerswerk. Het initiatief tot het verwerven van vrijwilligerswerk kan zowel van het college als van de uitkeringsgerechtigde uitgaan. In een trajectplan wordt tenminste vastgelegd het doel van het sociale activeringstraject en de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. Het college stelt de uitkeringsgerechtigde alleen in staat als vrijwilliger met behoud van uitkering te werken als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen reguliere arbeid wordt verdrongen.

Rechtspraak bij dit artikel